Naar het WK vrouwenvoetbal in Canada!

Deze zomer debuteert het Nederlands vrouwenelftal op het WK in Canada.
Ik ben van plan om de speelsters achterna te reizen en verhalen te schrijven voor Het Parool en Hard Gras. Helaas beschik ik over onvoldoende financiële middelen om deze reis te bekostigen.

Op de website www.wkvrouwen2015.wordpress.com doe ik een oproep aan eenieder die, middels een financiële bijdrage, de journalistiek en indirect het Nederlands vrouwenvoetbal wil steunen.

Alvast bedankt!

Annemarie

Advertenties

Een glaasje bubbels

Ze had kort haar. Dat vond ik vreemd.
De meeste vrouwen hier in Zweden hebben namelijk lang haar, dat dankzij de toverachtige werking van een stijltang als blond of donker zijde langs het gezicht valt.
Het haar van Ewa kwam niet verder dan tot net over haar oren. Maar het stond haar goed, dus al snel was ik afgeleid door het gebabbel van haar twee kinderen. Carl, een jochie van vijf, met bijzonder lange wimpers, waar de artsen bij zijn geboorte al hun verbazing over hadden uitgesproken, en Julie, een engeltje van drie, doch door haar vele praatjes vrij intimiderend voor de leeftijdsgenootjes op het kinderdagverblijf.
Haar man Frederik was wat stiller, maar dat kwam door de kater, legde hij uit. Van de vijftien dagen op vakantie, was hij er slechts twee sober geweest.

Bij oma Barbro in de tuin
Bij oma Barbro in de tuin 

In de tuin van ‘oma’ Barbro, mijn 64-jarige zonbadende, bierdrinkende ‘couchhost’ en moeder van Ewa, vierden ze hun laatste vakantiedag. Kleine Julie vond verstoppertje spelen het einde terwijl Carl met grote concentratie de frambozenstruik kaal plukte om vervolgens de volle emmer vlak voor het opstapje naar de serre uit zijn handen te laten kieperen.Thuis wachtte het vrolijke gezin een berg vuile was, stoffige vensterbanken – want tijd om schoon te maken voor vertrek was er niet geweest – en verlepte tomatenplantjes, vergeten in het ‘sproeilijstje’ te zetten voor de buurvrouw. Niettemin nodigden ze me uit om bij hun te komen logeren, wanneer ik in Göteborg zou zijn voor de halve finale tussen Zweden en IJsland.

“Kom,” zei Barbro, toen Ewa en Frederik met hun kinderen de oprijlaan hadden verlaten, op weg naar hun thuisstad Göteborg. “Laten we gaan zwemmen.” “Weet je het zeker?”, vroeg ik. “Natuurlijk, dat doe ik wel vaker,” zei ze. “Ja, maar ik niet,” antwoordde ik. “Dan moet je het een keer gedaan hebben.” Met onze zwemspullen in de auto bracht ze me naar één van de leukste plekken die ik tot nu toe hier in Zweden heb gezien. Een klein haventje aan een rotsheuvel, waar de lokale bevolking in Halmstad als een stel zeehonden lag te genieten van de warme avondzon. Op de pier lagen enkele hoopjes kleding, van onze ‘collega-late-night swimmers’. Barbro liet zich van het ijzeren trappetje soepel in het water glijden. “Je kunt ook springen, dan ben je sneller door,” riep ze vanuit het water. Ik ben voor het trappetje gegaan.

Barbro, mijn 'couchhost'
Barbro, mijn ‘couchhost’

Op de terugweg deed ik het raampje open om mijn haar te laten drogen in de wind. “We hebben een zware tijd achter de rug,” zei Barbro uit het niets. “Ewa heeft borstkanker gehad. Ze hebben één borst bij d’r verwijderd. Een paar maanden later voelde ze een bobbel op haar borst. Toen bleek dat het toch was uitgezaaid. Naar haar longen. Gelukkig vinden ze steeds nieuwe medicijnen uit. Nu doet ze een experimentele chemokuur die volgens mij wel aanslaat. Ze hebben net een scan bij haar gedaan en deze week horen ze de uitslag.”

Een paar dagen later zat ik bij de familie aan tafel in hun huis in een buitenwijk van Göteborg. Na het verhaal van Barbro had ik getwijfeld of ik wel op het aanbod van Ewa en Frederik in moest gaan. Maar als haar dochter iets aanbood, dan meende ze dat, had Barbro gezegd. Ewa zelf noemde de chronische longkanker, waaraan ze uiteindelijk zal overlijden, haar ‘health issue’. “Wat valt er uit te leggen? Voor de kinderen is het alleen maar verwarrend. Als ik zeg dat mamma ziek is, dan geven ze me een glaasje water en denken ze dat het over is,” zei ze de ochtend dat ze naar de dokter zouden rijden voor de uitslag.

’s Avonds werd er geen water gedronken maar champagne. Helemaal beter zal ze nooit worden, weet Ewa. Maar de kuur slaat aan dus de kanker is op dit moment niet levensbedreigend. “En het voordeel van de nieuwe medicijnen is dat ze minder bijwerkingen hebben dan die van de vorige keer. Dus kan ik eindelijk mijn haar weer laten groeien.”

Achterblijver

Toen was het nog veelbelovend
Toen was het nog veelbelovend

Weet je, ik benijd de speelsters van het Nederlands elftal. Het is altijd fijner om degene te zijn die weggaat, dan om degene te zijn die achterblijft.

Vanochtend, bij mijn laatste rondje over de camping in Växjö drong het pas echt tot me door. We liggen eruit. De speelsters zijn gisteren al teruggevlogen. Ook de vrolijke fanbus van de familie Van de Ven keerde een dag na de deceptie tegen IJsland al terug naar Nederland. Gevolgd door de familie Martens, Hoogendijk, Worm en alle andere supporters die afgelopen woensdag nog, net als ik, de hitte weerstonden op de tribune van de Växjö Arena, het stadion dat ons tegen Duitsland nog zo goed gezind was.

Verbijsterd was ik. En verontwaardigd. Ik had echt gedacht dat we met zo’n selectie tot een beter resultaat in staat waren. Terwijl ‘we’, als enige team, niet eens één doelpunt hebben gemaakt dit toernooi. Maar als de bondscoach als ‘ultiem slotoffensief’ zijn laatste vrouw in de spits zet omdat je ‘geen ander initiatief’ hebt (waarschijnlijk had hij Chantal de Ridder alleen meegenomen voor het organiseren van de bingo-avond), dan is er ook iets niet helemaal in orde, lijkt me.

Intens tevreden met mijn eigen ondervindingen was ik van plan om deze grondige analyse na afloop van de wedstrijd tegen IJsland in de mixed zone te laten bevestigen door enkele betrokkenen. Maar ik kon het niet. Net als de voorgaande wedstrijden stond ik met de andere journalisten braaf achter een rood touw te wachten tot alle speelsters voorbij zouden lopen. Het is voor hun, arme ratten in de val, namelijk de enige route naar de bus (wat voor mij overigens goed uitpakt, aangezien ik altijd op het verkeerde tijdstip op de verkeerde plaats sta. Vandaar dat ik dit toernooi, hoe nodig ik ook naar de wc moest, altijd gelijk naar beneden ben gerend om mijn plekje bij het touw te veroveren. Heb alleen van de Volkskrant een keer een elleboogje gekregen. Maar toen ben ik lekker door zijn interview met Manon Melis heen gaan lullen).

Woensdagavond liepen er echter geen verbeten ratten voorbij, zoals tegen Noorwegen, of opgewonden puppy’s, zoals tegen Duitsland. Het waren droevige kleine eendje. Pulletjes, zoals een bekende hier uit Monnickendam, ze noemt. Verdwaald in een watervlakte van tranen, op zoek naar hun moeder. Daphne was de eerste die ik durfde aan te spreken. Helaas klapte ik bij de openingsvraag al dicht, waardoor er alleen maar uitkwam ‘goh, ik heb je nog nooit zien huilen’. En daar ging ze weer. Ik kan in ieder geval niet zeggen dat ik niets los maak bij de speelsters. Anouk hoefde niet te huilen. Dat doet ze zelden, zei haar moeder later nog. Maar het besef was er nog niet helemaal. Dat zal er nu wel zijn, nu ze weer terug is in Nederland.

En bij mij dus ook, hoewel ik nog wel in Zweden blijf. In de woorden van Ramses Shaffy ‘zal ik doorgaan’, op naar Halmstad voor de kwartfinale tussen Zweden en IJsland. Na een dramatisch afscheid van Jill en Floor vanochtend en de andere Nederlandse meiden, is het ‘where the wind me blows’-gebeuren hier nu echt voor me begonnen.

Onze laatste avond, bij een heerlijk maf Mexicaans restaurant
Onze laatste avond, bij een heerlijk maf Mexicaans restaurant

Met een kijkdichtheid van drie dagen is het me in ieder geval gelukt om via couchsurfing een slaapplek te vinden in Halmstad, een kleine stad aan de westkust. Bij een vrouw van 64 die van op het strand liggen en bier drinken houdt. Daar was ik op zich best content mee, totdat mijn Duitse reisgenootje voor vandaag mij een foto liet zien van de bijzonder knappe, blonde, gastvrije student, die zij via dezelfde site geregeld had voor een overnachting in één of ander klein kutdorp.

Ach, misschien is het ook niet zo erg om achter te blijven.

‘Anouk zwaait altijd’

Nu pas begrijp ik wat spelers bedoelen met ‘in een toernooi groeien’. Vergeleken met een week geleden voel ik me al aardig op mijn plek hier. Dit ondanks het bijzondere vooruitzicht dat ik over een paar dagen dakloos en autoloos zal achterblijven, wanneer Jill en Floor terugrijden naar Nederland.

Het bood me echter ook de gelegenheid om op de camping in Kalmar, heerlijk aan de Zweedse kust, eens uitgebreid een rondje te lopen over het terrein, om bij alle Nederlanders onder het mom van ‘is leuk voor de krant’ achteloos te vragen met hoeveel ze dan gekomen waren en op te merken dat de tent er toch wel groot uitzag voor twee personen. Naast voornamelijk familieleden van de speelsters stuitte ik ook op twee jongens uit Groningen, gehuld in brulshirt en al. “Wat doen jullie hier,” vroeg ik. “Gewoon, vrouwenvoetbal kijken. We zijn liefhebbers,” klonk het antwoord. Gelukkig volgde er meer uitleg en bleken de jongens, die allebei ervaring hebben als trainer van damesteams, erg sympathiek. Heb hun nummerbord opgeslagen.

Groningers met brulshirts
Groningers met brulshirts

En mocht Nederland de kwartfinale halen, dan ben ik van harte welkom in de fanbus van de familie van Kirsten van de Ven (de all time Fanbase Champion van alle speelsters hier) om een eindje mee te rijden. Want met vijftien Brabantse Oranjesupporters in één minibusje is toch iets wat je een keer meegemaakt moet hebben.

Binnen het persgebeuren heb ik inmiddels ook wat meer respect afgedwongen (heb gister zelfs een lift gekregen van De Telegraaf naar de persbijeenkomst in het hotel, wie had dat gedacht). Het scheelde dat ze in het stadion in Kalmar klapstoeltjes hadden en dat er om de twee meter een gewillige UEFA pion stond, hulpeloos de arm al uitgestoken in de richting van waar ik naartoe moest. Alsof ze het erom deden, zou je denken. Wel was ik op mijn gele huurfiets bijna de snelweg op gereden. Dat geven ze dan weer niet zo duidelijk aan.

’s Avonds hebben Jill, Floor en ik, terwijl de regen met bakken uit de hemel kwam, de teleurstelling van de 1-0 nederlaag weg gedronken in de tent van de fanzone. Behalve het gezang van de groep dronken Noorse vrouwen achter ons, was het uiteindelijk een gezellig avond met zowaar een Zweedse mini afterparty. Dus de slaapplaats in Kalmar is ook geregeld.

Dronken Noorse vrouwen in de fanzone
Dronken Noorse vrouwen in de fanzone

Waarmee ik overigens geen foute ideeën wil opwekken. Ik heb de liefde van mijn leven hier namelijk al gevonden. Bij een tankstation, langs de E4 bij Jönköping, waar ze het enige echte lucifermuseum hebben. Daar had ik zaterdagmiddag een geniaal geplande last-minute afspraak met oud-Ajacied Stefan Pettersson (het interview staat vandaag in Het Parool), die ik me alleen kon herinneren als ‘de speler die zijn arm brak tegen de cornervlag’ en waar ik nu toch heel anders tegen aan kijk. Ik bedoel, who the fuck is Overmars? Nou, wacht. Ik heb z’n voetbalbenen nog niet gezien. 

Stefan en ik
Stefan en ik

Nu weer neergestreken in Växjö, in aanloop naar de derde en beslissende groepswedstrijd. Jill en Floor zitten nog aan de kust, zodat ik alvast kan wennen aan het nomadenbestaan. Gelukkig goed opgevangen door een groepje bekende meiden uit Nederland – waaronder de fysio van de Ajaxvrouwen, die er met één of andere combi van touwen (TRX is de nieuwste mode), bomen en sprintheuvels voor heeft gezorgd dat ik de komende dagen vanwege de helse spierpijn toch alleen maar kan typen – en de ouders van Anouk Hoogendijk. Zij vonden het ook schandalig dat Daphne Koster niet even richting de tribune had gezwaaid om het publiek te bedanken, afgelopen zondag. “Hoewel ik eerlijk gezegd voornamelijk op Anouk aan het letten was,” zei moeder Hoogendijk. “Anouk zwaait altijd.”

Nou, laten we hopen dat we woensdag zwaaiend naar de kwartfinale gaan!

(Meer foto’s volgen later!)

Bluffen

SAMSUNG

Heb je een beetje kunnen genieten? Was de vraag van Jill en Floor bij terugkomst in het hostel. Ja. Nee. Ja. Nou, ik weet niet. De adrenaline rush zoals ik die gisteravond heb meegemaakt is met weinig dingen te vergelijken. Het ene moment benijdde ik mijn twee vriendinnen, achteloos zwaaiend met hun Nederlandse vlaggetjes, achterover leunend op hun rode plastic stoeltjes in de Växjö Arena, genietend van een aantrekkelijke wedstrijd, terwijl ik met gefronste wenkbrauwen naar m’n beeldscherm staarde. Het andere moment werd ik overspoeld door een gevoel van blijdschap en ongeloof. Het is altijd een bijzonder moment om via de persingang een stadion binnen te gaan (ik heb van elk stadion waar ik ooit ben geweest een foto gemaakt van het bordje ‘media entrance’, met het idee dat ik er ooit als journalist nog een keer zou terugkomen). Maar mijn entree zoals gisteravond, bij mijn debuut op een groot toernooi, zal ik nooit meer vergeten.

P1010295

Vriendelijke begroet door lieve Zweedse vrijwilligers mocht ik zo het gloednieuwe stadion binnen lopen. Even rechtdoor en dan één trap op, richting de perstribune. Fantastische plaatsen en lekker dicht op het veld. Het vochtige gras glinsterde in de ondergaande zon en aan de overkant zag ik Jill en Floor zitten. Als Nederlandse supporters waren ze wel in de minderheid, hadden we ook al ’s middags in de stad opgemerkt. In totaal zaten er 8.861 mensen in het stadion, waarvan zeker driekwart Duitse fans waren. Gelukkig speelde Nederland (vooral de tweede helft) zo goed, dat ze al snel de Zweedse toeschouwers aan hun zijde hadden. Van de wedstrijd zelf, kan ik me vanwege de zenuwen weinig herinneren, behalve de kans voor Manon Melis en de handsbal van Anouk Hoogendijk (kwamen we daar effe goed weg). Ik ben vooral bezig geweest met het uitschrijven van drie verschillende scenario’s: Winst, verlies of gelijkspel, zodat ik na het fluitsignaal alleen nog maar wat quotes van spelers er tussen hoefde te zetten.

Een briljant idee. Dacht ik. Al vrij snel bleek dat Nederland niet afgemat zou worden, het scenario waarmee ik al tot 400 woorden was gekomen (nee, ik ben niet de grootste optimist). En alsof dat nog niet tot genoeg paniek leidde, werd ik het laatste half uur heen en weer geslingerd tussen een gelijkspel of een overwinning. Ik hoopte dat ik met de meelijwekkende openingszin ‘sorry, het is mijn eerste keer’ wat van mijn zenuwen kon delen met mijn mannelijke collega’s. Nope. Dat zat er niet in. Zenuwen, hoezo? Je moet gewoon schrijven en Het Parool is een middagkrant met een minder strakke deadline dan die van hun dus ik had het wat betreft ‘de heren’ nog makkelijk ook. “Typisch mannengedrag,” zuchtte de schrijfster van de KNVB website. “Die hebben dit ook meegemaakt, maar durven dat niet toe te geven. Anders moet jij ook gewoon bluffen.”

Bluffen? Bluffen?? Als je per ongeluk de gang van de kleedkamers in loopt in plaats van de mediazaal, je ingeklemd raakt tussen een uiterst onpraktisch draaistoeltje en de plastic tafel voor je èn als je dan eindelijk zit, je beseft dat je de opstelling nog niet hebt, dan valt er weinig te bluffen. In een soort van uiterste antireactie heb ik op dat moment maar besloten om open kaart te spelen. Nee, ik weet niet welke speelsters er allemaal geblesseerd zijn bij Duitsland. Nee, ik weet niet waarom het Nederlands elftal geen yell heeft, en nee, ik weet ook niet hoe Daphne Koster aan die kromme benen komt. Gelukkig wist ik wel voldoende om de Zweedse journalist rechts van me, van de lokale Växjö Express, een snelle bijles ‘herken de juiste paardenstaart’ te geven. Want één voordeel heb ik wel. Ik ben de enige vrouwelijke afgevaardigde van de Nederlandse pers. Èn ik voetbal zelf. Ik bèn vrouwenvoetbal.

Daar hebben die mannen niet van terug.

Wij zijn er klaar voor!

034 Crossing the border

Na twee ‘rustdagen’ in Kopenhagen waren Jill, Floor (mijn reis- en teamgenoten) en ik er klaar voor om ons te storten in het EK geweld. Aan mij de eer om de blauwe lease-Volkswagen van Jill over de zes kilometer lange brug rijden die Denemarken verbindt met Zweden, het land van rode IKEA huisjes, groene heuvels en Pippi Langkous, die bij mij als klein kind al zoveel afgunst opriep dat ik niet verder kwam dan het mee neuriën met van je helahelahopsasa. Walgelijk, iemand die zo perfect was, alles voor elkaar kreeg èn niet naar school hoefde.

Onze eerste stop is Växjö, waar Nederland morgen de eerste groepswedstrijd tegen Duitsland speelt. Dit dorp, 241 km ten noordoosten van Malmö, doet nog het meeste denken aan het decor van films als ‘The Truman Show’ of ‘The Stepford Wives’, met vers geschilderde huizen, strak gemaaide gazons (met automatische grasmaaiers!) en smetteloze wegen. Het is je dan ook nauwelijks voor te stellen dat dit stadje, waar mannen erbij lopen alsof ze rechtstreeks uit de Wehkamp-gids zijn gestapt, een speelbal is van het grootste sportfestijn van het jaar.

Maar, schijn bedriegt. Bij de plaatselijke bakker staan gebakjes in de vorm van mini-voetballen in de etalage, aan de lantaarnpalen hangen banners met daarop afbeeldingen van de bekendse voetbalsters (waaronder ook die van ons aller Anouk Hoogendijk!) en op het dorpsplein voor het stadhuis hebben ze gisteren een ‘fanzone’ gebouwd, met luchtkussens, een grote opblaasbare voetbal en een podium waar vanavond voorafgaand aan de openingswedstrijd Zweden-Denemarken een ‘beroemde’ Zweedse artiest een optreden zal verzorgen. Daarna wordt in de biertent op een groot scherm de wedstrijd getoond. Heel benieuwd hoeveel mensen daar op af zullen komen!

We weten in ieder geval dat Joel, een Zweedse jongen die ons gisteren op het terras van The Bishop’s Arms aanschoot met de vraag of wij het ook zo leuk vinden om ‘marihuana’ te roken, van de partij zal zijn. Gelukkig gaf hij eerlijk toe dat hij alleen maar gaat kijken omdat hij de speelsters ‘so incredibly hot’ vindt.

Verder bereidde de jongen van het hostel ons voor op een invasie aan Duitse toeristen de komende dagen. Dat brengt ons hier, in Vaxjo City Vandrarhem, in de minderheid voor de wedstrijd van donderdag. Maar, er gaan geruchten over een Oranje camping aan de rand van de stad. Dus hoe de verhoudingen binnen in het stadion zullen liggen, daar valt nog weinig over te zeggen. Gelukkig weten we nu wel waar de Växjö Arena precies ligt. In de veronderstelling dat we bij het goede stadion stonden hadden we gister al onze diepe teleurstelling uitgesproken over de armoedige uitstraling, het defecte scorebord en de versleten zitplaatsen. Tot we na een half uur de lampen van de echte Växjö Arena spotten. Inderdaad, deze zag er precies zo uit als op het plaatje. De zon wierp een gloed over de – wederom – vers gemaaide grasmat en een deel van de rode/oranje stoelen. Op de perstribune waren mannen alvast bezig met het installeren van televisiecamera’s en ook de muziekinstallatie werd getest.

Hier zijn ze er dus klaar voor, hopelijk is Anouk er klaar voor, en wij zijn er ook klaar voor!

Check de eerste plaatjes onder het kopje ‘foto’s’, of klik hier!

Op de camping

Precies tien jaar geleden stelde een of andere typische ‘Teletekst-pagina-801 junkie’, die zichzelf beschouwde als één van de grootste voetbalkenners der aarde, omdat hij zelfs op vakantie de Telegraaf kocht om op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen op de transfermarkt, mij op een camping aan het Italiaanse Gardameer de volgende vraag: ‘Spelen vrouwen nou met een kleinere bal dan mannen?’

Gezien mijn in de genen vastgeroeste gevoel van naïviteit en het gebrek aan talent voor gevatte opmerkingen, heb ik hier destijds uiterst beleefd op geantwoord. ‘Een viertje bedoel  je? Nee, wè spelen gewoon met een vijfje,’ zei ik, in de hoop dat het gebruik van vaktermen en de nadruk op wè, hem nog enigszins van zijn stuk konden brengen. Helaas. Hij knikte beleefd en ging verder met het strooien van zijn zelf meegebrachte melkhagelslag op het stuk witte ‘baket’, dat op een Ikea bord naast zijn krant lag.

Nou heb ik me nooit erg geroepen gevoeld om het Nederlands vrouwenvoetbal, of het vrouwenvoetbal in het algemeen, te verdedigen, zelfs niet toen ik de eervolle rol als ‘expert’ kreeg opgedragen door het Parool. Het niveau is niet zo hoog als bij de mannen, dat klopt. Dat gaat het ook niet worden. En ja, het gaat een stukje langzamer. Maar als je kijkt naar de ontwikkeling op zich, dan is er enorm veel veranderd.

Het Europees kampioenschap in Zweden is, na het EK in 2009 in Finland, in vier jaar tijd de tweede internationale eindronde voor de Oranjevrouwen in de geschiedenis van het Nederlands vrouwenvoetbal. En zond de NOS vier jaar geleden alleen de kwartfinale en de halve finale uit, dit jaar zullen alle wedstrijden van Nederland en de beslissingsronden, live te volgen zijn. Iets dat ondenkbaar was twintig jaar geleden. Met wat voor bal de vrouwen precies spelen, hoe langzaam of snel rennen en of ze heel hard koppen of niet, maakt de jonge voetbalmeisjes thuis op de bank dan ook geen donder uit. Zij zien vrouwen in een shirt van het Nederlands elftal en creëren een droom waar zij zich in hun verdere ontwikkeling aan vast zullen klampen. Of niet. Maar dan hoop ik in ieder geval dat als zij ooit tijdens hun vakantie een Teletekst-man op de camping tegenkomen, zij wel de gevatheid in huis hebben om het pak hagelslag uit zijn handen te meppen en hem te vragen welke maat zijn eigen ballen eigenlijk hebben.

Hoe kijk jij tegen het EK vrouwenvoetbal aan?